Klinische depletie
Een tekort aan voedingsstoffen in de kliniek is slechts in uitzonderlijke gevallen (bijv. anorexia nervosa) de enige oorzaak van ondervoeding. Het verlies van lichaamsgewicht wordt bij klinisch deplete patiŽnten met name veroorzaakt door de katabole invloed van ziekte door afname van vetvrije massa, ook als er geen sprake is van een negatieve energiebalans (van Leeuwen).
Ondervoeding wordt vaak gedefinieerd als een tekort aan voedingsstoffen leidend tot een verminderde biologische functie. In deze definitie wordt een inadequate voedselopname verondersteld. Er wordt geen aandacht besteed aan het effect van het ziekteproces op de voedingstoestand van de patiŽnt.
 
 
Klinische depletie is ondervoeding als gevolg van ziekte.
 
 
Ernstig risico op klinische depletie is in de  introductie van de Espen Guidelines (Lochs et al 2006) gedefinieerd als:
 
Minimaal aan een van de volgende criteria wordt voldaan
 
- Gewichtsverlies van > 10-15% binnen 6 maanden
- BMI < 18.5
- SGA graad C
- Serum-albumine < 30 g/ l (en geen bewijs voor lever- of nierfunctiestoornis)
 
Definitie ondervoeding bij ziekte opgesteld door DON (Dietisten Ondervoeding Nederland) in 2007:
 
ĎEen voedingstoestand waarbij een tekort (of dysbalans) van energie en eiwit en evt. andere voedingsstoffen ten gevolge van ziekte leidt tot meetbare nadelige effecten op lichaamssamenstelling, functioneren en klinische resultatení

In 2008 is er een publicatie verschenen van Dr Soeters en anderen waarin ondervoeding als volgt wordt omschreven:  
 
Ďí A subacute or chronic state of nutrition in which a combination of varying degrees of over- or undernutrition and inflammatory activity have led to a change in bodycomposition and diminished functioníí
 
P. Soeters e.a. Clinical Nutrition 2008:
A rational approach to nutritional assessment

Belangrijk in deze definitie is dat de mate van inflammatie wordt meegenomen.
 
 
Nutritional Assessment
 
Nutritional Assessment zou dan ook een integraal onderdeel moeten zijn van de patiŽntenzorg. Momenteel wordt dit echter nog veel te weinig onderkend. Hoewel er een brede range aan evaluatieparameters bestaat, is er geen gouden standaard. De aanwezigheid van ondervoeding heeft invloed op de uitkomstparameters van de patiŽnt (Ravasco 2002).
 
Chronische en acute ondervoeding

Onderscheid wordt gemaakt tussen chronische en acute ondervoeding. De chronische vorm komt voor bij patiŽnten voordat ze worden opgenomen als gevolg van ziekte of medische condities die leiden tot een lage energie- en eiwitintake en een slechte voedselkeuze. Tijdens opname zal vaker de acute vorm optreden als gevolg van een verminderde voedselintake door ziekte, medicatie of depressie, maar vooral door een verhoogde energiebehoefte en hypermetabolisme bij trauma of operaties (Konstantinides, 1998).
 
Te weinig voedsel of ziekte?
 
Ondervoeding met te weinig voedsel als oorzaak geeft een Marasmus-beeld (rechts op de foto). De persoon is mager. Als ziekte een rol speelt, zal vaker een Kwasiorkor-beeld ontstaan, waarbij het gewichtsverlies wordt gemaskeerd doordat er vocht wordt vastgehouden in het lichaam (links).

 

Literatuur en verder lezen:
  • Konstantinides F. Nutritional Assessment of Hospitalized Patients, a long overlooked area of lab testing. Clinical Laboratory News (American Association for Clinical Chemistry): http://www.aacc.org/,  1998.
     
  • Van Leeuwen, P.A.M. Klinische Voeding, Hfd 5 Depletie. Bohn Stafleu Van Loghum, 2000.
     
  • Stratton R.J., Green C.J., Elia M. 'Disease related malnutrition: an evidence based approach to treatment', hoofdstuk 1. CABIpublishing USA 2003.
     
  • Ravasco,-P; Camilo,-M-E; Gouveia-Oliveira,-A; Adam,-S; Brum,-G. A critical approach to nutritional assessment in critically ill patients. Clin-Nutr. 2002 Feb; 21(1): 73-7.